Kader Abdolah

27-03-2011 12:43:43 | Door Bakker, Henk

Column no 3, maart 2011.

Kader Abdolah

Een slingerend jogging paadje van de boekenweek naar hier, op de Perzische nieuwjaarsdag (21 maart) In februari verscheen het rapport: "Vluchtelingengroepen in Nederland. Over de integratie van Afghaanse, Iraakse, Iraanse en Somalische migranten." Daarin staat over de Iraniers : "Migranten uit Iran zijn over het algemeen zeer hoog opgeleid. Het aandeel met een afgeronde opleiding in het hoger onderwijs is groter dan onder autochtone Nederlanders (41 om 28%). De migratie naar Nederland had een elite karakter". Gelukkig, dat je zoiets in Nederland óók nog kunt lezen. Het klopt helemaal met onze eigen ervaringen. Een paar herinneringen. Zoals u misschien weet, gingen de prinsessen van Soestdijk na de basisschool naar het Baarnsch Lyceum. Of liever, naar een dependance van het Baarnsch Lyceum, het Incrementum. Dat was een statige villa, in een statige tuin, vlak bij het station. In 1966 kwamen we terug uit een arm gebied in Afrika en werd ik o.a. leraar aardrijkskunde aan dat Incrementum. Een groter contrast was nauwelijks denkbaar. De prinsessen hadden toen al eindexamen gedaan, maar het Incrementum bestond nog: een beetje deftig, wat de entourage en de bevolking betrof. En een beetje gewoon, omdat de villa niet verbouwd was voor schoolgebruik. En vanwege de verhalen over koningin Juliana, die soms even langs kwam fietsen, om te horen, hoe haar dochters het op school deden. Het aantal leerlingen was bijzonder klein. De examenklas MMS (Middelbare Meisjes School) bestond uit drie leerlingen. Bij mooi weer gaf ik ze les op het balcon. Eén van de drie meisjes had als onderwerp voor haar eindscriptie "Iran" gekozen. Ze had de minister van Buitenlandse Zaken om informatie gevraagd over het hof van de Shah. Tot haar grote verrassing had Minister Luns haar persoonlijk teruggeschreven. Zijn charmante brief was natuurlijk als pronkstuk in de scriptie opgenomen. En bevestigde het sprookjesbeeld van een rijke Oosterse vorst in een droompaleis, die als een vader over zijn onderdanen waakte. In Iran was dat beeld anders. Het verzet tegen het dictatoriale regiem van sjah Reza Pahlavi, met zijn pracht en praal, begon toen al te broeien. Aan twee kanten. Bij de Sjiitische geestelijkheid, die de culturele invloed van het "decadente Amerika" die via de Shah binnenkwam, verfoeide. En bij de studenten, die zich verbonden voelden met de revolte van de zestiger jaren tegen de gevestigde orde, in West-Europa en Latijns-Amerika.. Maar het optreden van de Geheime Dienst tegen dat verzet was hard en meedogenloos. Uiteindelijk moest de sjah het veld ruimen in 1979 en twee weken later maakte Khomeini zijn zegetocht naar Teheran. Maar in plaats van vrijheid bracht hij een dictatoriaal regiem van fundamentalisme en keiharde, wrede repressie. Dat leidde uiteindelijk tot de vlucht van veel verzetsmensen, die ook al onder de Shah actief waren geweest. De eerste vluchtelingen hier omstreeks 1988, in Grijpskerk en Noordhorn, kwamen uit Iran. Beiden deden hier de Kunstacademie. Pershengh Warzandegan studeerde in Enschede en maakte later het schilderij, dat nu in het gemeentehuis van Zuidhorn hangt, op de kamer, waar Vluchtelingenwerk tegenwoordig spreekuur houdt. In maart 2000 vond in Zuidhorn een grote interculturele manifestatie plaats, ter gelegenheid van het Perzische Nieuwjaar op 21 maart, die een week duurde. (Het oude Perzie omvatte het huidige Iran, maar ook Afghanistan, delen van Turkije, Koerdistan en enkele Centraalaziatische republieken). Iraanse en Afghaanse vluchtelingen pakten breed uit met beeldende kunst, muziek, literatuur, vluchtverhalen. Bezoekers kwamen onder de indruk, van deze hoogstaande cultuur, waarvan het begin vóór voor de komst van de Islam ligt. Kader Abdolah hield een lezing, maar schreef ook voor deze manifestatie een speciaal gedicht. Alle 450 schoolkinderen uit de groepen 7 en 8 in onze gemeente, kregen daarvan een exemplaar in een kartonnen kokertje. De lente Hier, in Nederland, hebben we een probleem, we kunnen de lente die komt niet goed zien. En we weten niet, wanneer we het raam open moeten laten staan. Daar in het vaderland, wisten we het meteen. Zodra, in de verte, een paar donkere wolken tevoorschijn kwamen, zodra een wolk van vreugde begon te huilen, zodra de Perzische hyacinthus haar geur over de tuin spreidde, wisten we dat de lente kwam. In "Het geschreven portret" dat de bibliotheken ter gelegenheid van de boekenweek dit jaar uitdelen, zegt Kader Abdolah: "De eerste generatie ballingen zijn de slachtoffers. Ze willen naar huis maar kunnen niet en worden wanhopig van heimwee en verlangen?". Boven de bank in onze zitkamer hangt een schilderij van weer een andere Iraanse schilder, die ook tot die eerste groep vluchtelingen behoort. Met zijn gezin kreeg hij indertijd een woning toegewezen in Paddepoel. Kort na zijn aankomst in Groningen overleed zijn zoontje. In een "Mirza" (column in de Volkskrant) schrijft Kader Abdolah over zijn bezoeken aan zijn vrienden in Groningen. Hij heeft daar zijn vaste hardlooprondje. Hij loopt ".... tot ik uiteindelijk het kerktorentje in de verte zie. Ik wandel bezweet langs de oude met mos bedekte graven en ga bij het oude verroeste ijzeren grafhek rekken. Iets verderop ligt een kleine grafsteen waarin een gedicht in het Perzisch gebeiteld is. Daar is een jongetje van een jaar of twaalf begraven. De eerste Pers die in de Nederlandse grond begraven ligt? ..Eerst mochten we hem niet op dat oude kerkhof begraven, daarna wel, hoewel we er geen geld voor hadden. Groningen! Je bent lief .... " Hij schrijft hier over het oude kerkhof van Dorkwerd.

Tsjalling Buwalda