De maat van de democratie

22-01-2012 20:10:31 | Door van der Hoek, Klaas-Wybo

 

De maat van de democratie

-pleidooi voor gemeentelijke democratie-

Het Dagblad van het Noorden publiceerde onlangs een verkorte versie van de bijdrage van fractievoorzitter Klaas-Wybo van der Hoek over de gemeentelijke herindelingsdiscussie.

 

Herindelingsspook

Er waart weer een spook door gemeenteland. Het spook van de herindeling van gemeenten. Dit is ook weer goed voor het bekende gezelschapsspel op feestjes, verjaardagen en in kranten: welke gemeenten wel of niet met elkaar iets willen. Het bekent tijdverdrijf, gelach en ergernis op. Is het zinvol? Levert het iets op?

 

Intussen is het crisistijd. De financiële crisis veroorzaakt ook een economische crisis. Tegelijkertijd is er sprake van een klimaat- en ecologische crisis. De kloof tussen hoog- en laagopgeleiden wordt groter, net als die tussen ouderen en jongeren, mensen met een vaste baan en mensen met losse contracten. Om de verschillende crises slagvaardiger te bestrijden, zijn steeds meer geluiden te horen dat het besturen met wat “minder democratie” moet. gebeuren “De crisis maakt democratie minder belangrijk,” hoor je bij enkele belangrijke denkers. Inmiddels zijn gekozen leiders in Griekenland en Italië door technocraten vervangen zonder verkiezingen of sterke oppositie van een democratische beweging. Het zijn slechte tendensen voor een moderne, open en democratische samenleving.

 

In crisistijd verwachten we veel van de overheid. Er staat ook veel op het spel. Niets meer en minder dan de voorzetting van welvaart en welzijn. En wel graag in een schoon milieu en veilige omgeving. Het wordt een hele uitdaging om een fatsoenlijke kern te behouden van de verzorgingsstaat.

 

Die overheid moet zo ingericht zijn, dat het de uitdagingen aan kan. Hoe moet ze daarvoor bestuurd worden? Is het logisch om grotere gemeenten te maken? En de provincies  te laten zoals ze zijn? En de Tweede en Eerste Kamer?

 

Velen vinden gemeentelijke herindelingen noodzakelijk. De redenering lijkt eenvoudig. Grote gemeenten kunnen de problemen beter aan, ze werken doelmatiger en kunnen meer gespecialiseerde ambtenaren betalen. De Rijksoverheid en de provincies kunnen dan ook gemakkelijker taken overdragen aan de gemeenten.

 

Daar is veel tegenin te brengen. De geschiedenis kan ons daarbij een beetje helpen.

 

Geschiedenis

Groningen in 1840: “bevat slechts ééne stad, zijnde Groningen en 56 plattelandsgemeenten, waaronder de vlekken Appingedam en Winschoten benevens de vesting Delfzijl.” Tot 1990 zijn er vele kleine gemeenten. Toen werd er een heringedeeld na meer dan 10 jaar discussie. . Het Statenlid Klaas-Wybo van der Hoek -een broekkie nog- betoogde bij de besluitvorming in 1985 dat de tegenstelling Swiebertje-en-Bromsnor-gemeente tegenover het Bloempotmodel (alle gemeenten even groot) vals was.

Er kwamen 25 gemeenten. In 2010 werden dat 23 door de vrijwillige fusiegemeente Oldambt.

Gedeputeerde Staten nu willen robuuste gemeenten: weer dat spook.

 

Drie maal tegen

Swiebertje-en-Bromsnor-gemeenten bestaan niet meer. De bestuurskracht deugt gemiddeld. Onderzoek toont dat herindelingen sterkere gemeenten opleveren, maar de afstand tussen burgers en overheid groeit.

Juist in crisistijd gaat het om de democratie. De kern: een goede Tweede Kamer met haar verschillende stromingen op de schouders van een gezonde plaatselijke democratie. Op nationaal niveau moet de schuring der gedachten de koers van het land opleveren. In de gemeenten moeten de partijen hun idealen slijpen aan de weerbarstige plaatselijke praktijk. De verankering van de democratie gebeurt in de gemeenten.

 

Drie hoofdargumenten zijn er tegen grootschalige herindeling.

 

  • Verdere schaalvergroting vergroot de afstand tussen overheid en inwoners. De weerzin tegen schaalvergroting van bedrijven, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en scholen is terecht. Gemeentelijke herindeling vergroot de vervreemding. Dat past niet bij de gemeente als eerstelijns overheid. Inwoners moeten hun volksvertegenwoordigers in de ogen kijken.
  • Als er acht grote gemeenten in Groningen gevormd worden, ontstaan er snel deelgemeenten. Hoe anders vele kernen te bedienen? Deze maken het er niet duidelijker op.
  • Schaalvergroting wordt een vliegwiel: groot-groter-grootst. Een grote schaal is vaak niet efficiënter: er ontstaat duurdere overhead. Een Friese burgemeester wil één grote Friese gemeente. Waar houdt het op?

 

Andere maatregelen

Er zijn zinniger maatregelen.

  • Provincies zitten niet in de eerste lijn. Samenvoeging ervan -met uitzondering wellicht van Friesland?- levert veel op. Waterschappen passen daarbij.
  • De Eerste Kamer en de Raad van State kunnen samengaan.. Ze zijn de tweede lijn. Samenvoeging is winst: grote vereenvoudiging, meer snelheid en bezuinigingen.
  • Gemeenten kunnen samenwerken bij de uitvoering van taken. Daar is geen dure herindeling voor nodig. Wil een gemeente zelf wel? Hou een referendum: mooi democratisch.

 

En een simpele bezuiniging: ophouden met praten over herindeling. Herindeling levert vooral werk op voor gedeputeerden, Statenleden, burgemeesters, raadsleden, adviesbureaus en journalisten. Zulk gedoe leidt ons af van het echte werk: onze gemeenten en ons land door deze barre tijden loodsen: ze groener en socialer maken. En onze democratie versterken. Dat spook? Geketend in de kelder van het provinciehuis werpen.