De Meidagen

15-05-2016 11:32:57 | Door Trof, Kasper

Column  3 – 2016  Tsjalling Buwalda

Naar aanleiding van de herdenkingen.

De beelden van het bombardement op Rotterdam en de vlaggen heel- en halfstok zijn weer voorbij. Ook de vragen blijven weer.  Zoals:

* Moet dat nog, elk jaar weer?

* Waarom blijven we desondanks denken, dat voor het bereiken van vrede, oorlog  nodig is?

* Hoe is het mogelijk, dat mensen  zo beestachtig kunnen handelen? 

De laatste vraag blijft de meest indringende, wat mij betreft.  Wel lijkt het altijd weer stellen van die vraag belangrijker dan het antwoord.  Hèt antwoord, een  simpel  eenduidig  antwoord, dat  is er immers  niet. Maar aanwijzingen in de richting van een antwoord, die zijn er wel. En die kunnen ons wellicht een waarschuwing geven voor ons denken en handelen vandaag. Laten we op zoek gaan naar die aanwijzingen.

In het Neurenberg Dagboek  van Gustav Gilbert staan opmerkelijke uitspraken van Göring, die behoorde tot de Nazi-topfiguren rondom Hittler. Hij zegt daarin o.a. :  Natuurlijk willen gewone mensen geen oorlog. Niet in Rusland, niet in Engeland, Amerika of zelfs Duitsland. Dat is helder. Maar het zijn de leiders van een land die het beleid bepalen en het is altijd vrij simpel om mensen mee te slepen….Alles wat je moet doen, is hen vertellen dat ze worden aangevallen en de pacifisten in de hoek zetten, omdat het geen goede patriotten zouden zijn die het land in gevaar brengen. Dit werkt in elk land, op dezelfde manier.”

Oorlog is nog geen massamoord of genocide. Maar de macht van een overheid om de eigen bevolking te manipuleren is groot. Wat we ook mogen denken  van Hermann Göring, het is duidelijk, dat hij ten aanzien van de macht van de leider(s) en hun propaganda-wapens een ervaringsdeskundige was als geen ander.

Stephan Zweig  was een toonaangevend Joods-Oostenrijks schrijver in de eerste helft van de twintigste eeuw. Zijn dagboek uit 1941 is onlangs opnieuw uitgegeven (De wereld van gisteren, 2016) Hij beschrijft daarin o.a. zijn herinneringen aan 1914. Hoe hij tot zijn ontzetting zag, hoe weldenkende mensen ineens meegingen in de massahysterie bij het ontstaan van de oorlog. Je ziet in zijn beschrijving hoe een soort algemeen bewustzijn bezit neemt van de mensen. Een blikvernauwing, die het gezond verstand en het rationele denken overrulet.  Een enthousiasme om samen een hoger doel te bereiken. Samen zullen we pal staan voor de aantasting van onze vrijheid. Samen zullen we de vijand weerstaan. Pas een jaar of wat later begint de vreselijke werkelijkheid tot de mensen door te dringen en het gevoel van schaamte, als het weerzinwekkende van de vuile loopgravenellende niet langer door de autoriteiten verborgen gehouden kan worden.

Op een mooie zomeravond twee jaar geleden, fiets ik langs het stille kanaal naar Groningen. In één van de collegezalen op het Zernikecomplex spreekt  Abram de Swaan over zijn nieuwe boek.  Daarin onderzoekt hij de massale vernietigingscampagnes van de twintigste eeuw, die aan meer dan honderd miljoen ongewapende burgers het leven kostten. Campagnes,  die laten zien, dat ze niet gebonden zijn aan een werelddeel of aan een cultuur. Hij heeft bijvoorbeeld ook gekeken naar Cambodja en Ruanda.

Schuilt in ieder mens een perverse kiem ? Of is het zo, dat in de totale organisatie van een massamoord, het bij de uitvoering betrokken individu, slechts een schakel is? Een onderdeeltje, dat alleen zijn eigen kleine rol binnen het geheel kent en uitvoert, maar geen weet heeft van het totaal en het resultaat? Zoals Hanna Arendt concludeerde, na het proces tegen Adolf Eichmann?

De Swaan gelooft daar niets van. Hooguit geldt dat misschien voor de indirecte medeplichtigen, de machinisten van de treinen naar de kampen en de aannemers die de gaskamers bouwden.

Dat nieuwe boek draagt de titel: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders. Met ‘compartimentalisatie’ bedoelt De Swaan dat bij een genocide bewust een tweedeling in een samenleving wordt gecreëerd tussen ‘wij’ en ‘zij’. Een bepaalde groep wordt apart gezet, eerst politiek door populistische politici, daarna institutioneel door de staat en vervolgens geografisch, fysiek.  Zo’n tweedeling, vertaald in regels en wetten, loopt parallel met je privéleven en bepaalt met wie je wel of niet omgaat. Ook wordt er een mechanisme in gang gezet van wat je op een gegeven moment weet en niet wilt weten. En precies dat is een belangrijke factor bij het mogelijk maken van genocide.

Aan de NRC-editie  van 7 mei  jl. staat een interview van  Caroline de Gruyter met  de Jordaanse topdiplomaat Zeid Ra’ad al-Hussein, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties.  Daaruit een paar citaten:

“In zijn angst over vluchtelingen en terrorisme verloochent Europa zijn idealen. Het wij-zij-denken keert terug: wij zijn het slachtoffer, zij zorgen dat we ons zwak en bedreigd voelenWe hebben dit eerder gezien.”

“Een paar verschrikkelijke aanslagen en mensen worden zo bang dat hun geloof in de rechtsstaat en menselijke waarden sterk wordt aangetast. Ze lopen achter populisten en demagogen aan. Zoeken zondebokken, liefst een zwakke groep outsiders.”

“Ik zie een verslechtering in Europa. Dat is echt zorgelijk. Als we niet uitkijken, komen de toestanden die destijds juist hebben geleid tot het opstellen van mensenrechtenverdragen, weer terug. Ik zeg vaak tegen westerse politici: ‘Willen we echt weer leven in een wereld vol hekken, uitsluiting, stigmatisering en belediging?’”

Zeid Ra’ad heeft het hier over de hotspots in Griekenland, waar de vluchtelingen nu onder erbarmelijke omstandigheden worden opgevangen, over de deal met Turkije, dat geen veilig land is voor vluchtelingen en waar gevaarlijke ontwikkelingen plaats vinden, waarvoor Europa  nu maar even liever de ogen sluit.

En over de reacties  in veel Europese landen, waaronder Nederland. Waar politieke partijen opschuiven naar harde standpunten in de opvang van vluchtelingen, om zo de ultrarechtse partijen de wind uit de zeilen te nemen.

Zeid Ra’ad waarschuwt in feite voor de compartimentalisatie, die De Swaan herkent als het begin van het  proces dat eindigt in massamoord. Is hij niet te somber?

Bij massamoord zijn vier groepen mensen te onderscheiden: de slachtoffers, de daders, de meelopers en de omstanders, die het laten gebeuren. Inmiddels hebben duizenden vluchtelingen de dood gevonden in zee. Inmiddels  worden Syrische vluchtelingen aan de grens teruggestuurd of zelfs doodgemarteld door Turkse grenswachten, al is de mate waarin dat gebeurt nog niet duidelijk.

Dan moet de conclusie zijn: Laten we tenminste zorgen, dat we niet tot de vierde groep horen, de wegkijkers, die zich niet verantwoordelijk voelen.  Integendeel. We zullen een hard en continue protest moeten laten horen, te pas en te onpas.

De vredige stilte van een mooie zomeravond  langs het Kanaal maakt ons verantwoordelijk.

Tsjalling Buwalda, 11-5-16