Beeldvorming

02-05-2017 21:35:51 | Door Trof, Kasper

Column 4 – 2017 Tsjalling Buwalda

Naar aanleiding van de tentoon stelling Eye Attack. Op Art en Kinetische Kunst in het Stedelijk Museum Schiedam tot 18 juni 2017. (‘Op Art’ is de afkorting van Optical Art en is geïnspireerd op optische, visuele illusie. ‘Kinetische’ kunst is bewegende kunst)

“Ik heb het toch met mijn eigen ogen gezien?” Met die vraag, die geen vraag is, zegt de spreker, dat er geen twijfel mogelijk is.Maar is dat wel zo?

In bovenstaande figuur zien we een soort kleedje, dat opbolt naar ons toe. Ligt er een bal onder dat kleedje? Maar we weten ook, dat we tegen een figuur aankijken in het platte vlak. Een tweedimensionaal vlak, zonder diepte/reliëf. Die diepte wordt slechts gesuggereerd door de verschillen in omvang en de kleuren van de stippen.

Kortom, onze ogen bedriegen ons. We zien iets anders dan de werkelijkheid. Ons beeld van de werkelijkheid komt niet overeen met de werkelijkheid. Terwijl we onze ogen toch als de meest betrouwbare informatie-doorgever beschouwen. Dan mogen we dus wel extra kritisch zijn tegenover onze beelden van de werkelijkheid, die via andere wegen en zintuigen tot stand komen. Ik noem er twee, die dicht bij elkaar liggen.

Eerst het gesproken woord. Dat heeft in vergelijking met de beelden via de waarneming met onze eigen ogen een aantal nadelen. Alleen het omschrijven van de werkelijkheid in woorden betekent op zich al een vervorming, hoe taalvaardig de verteller ook is. Verder horen we een interpretatie van de werkelijkheid, nl die van de spreker.

En dan het geschreven woord. Daarbij wordt de afstand tussen de lezer en de werkelijkheid nog weer een stapje groter, omdat de lezer de opsteller van de tekst, zijn mimiek, zijn accenten, zijn hele persoon, ook niet meer direct waarneemt.

Beelden via ogen en teksten kunnen dus misleiden. Van oudsher hebben mensen oorlogen gevoerd. Van oudsher hebben mensen daarbij van die misleiding gebruik gemaakt. Door camouflage. Door propaganda en nepnieuws. Het eerste slachtoffer van oorlog is de waarheid. Om een oorlog te winnen, zijn woorden belangrijker dan wapens. Hebben de gifgasaanvallen door Assad in 2013 en 2017 echt plaats gevonden? Hoe overtuigend vond u het toneelstukje van Trump met zijn “such small little babies” – duim en wijsvinger op elkaar, face in snuitstand er boven ?

Populisten als Slobodan Milośevič wisten vreedzame buren zo tegen elkaar op te hitsen, dat vrede ontplofte en een vreselijke oorlog ontbrandde. Vandaag zijn er nog drie andere redenen, waarom we extra voorzichtig moeten zijn met het door politici gesproken woord. Ze moeten uitschreeuwen boven de massale informatie via internet. Daarbij leven we in een periode waarin het kapitalisme hoogtij viert, met het rücksichtloze ellebogenwerk ten koste van de ander. Rutte en Buma probeerden in de aanloop naar de verkiezingen Wilders af te troeven. Met hun uitspraken als: “Wie onze normen niet accepteert, die gaat hier maar weg, terug naar zijn eigen land”. Dat zijn ondoordachte, gevaarlijke en gezaghebbende politici onwaardige uitspraken, die tweespalt zaaien waar integratie van twee kanten meer dan ooit geboden is.

Tenslotte is er de gerichte en steeds massalere productie van nepnieuws, met name via het internet. De media zijn de belangrijkste berichtgevers van politiek en bestuur. Maar ook de media zijn slachtoffer van deze tijd van internet en neoliberalisme. De 88-jarige Harold Evens, nog altijd een beroemd journalist, verzucht in een interview (NRC 15-4-17): “De pers dient (tegenwoordig) een politiek doel, of het commerciële belang van de eigenaren”. En: “Nu we de Brexit en (de verkiezing van) Trump hebben meegemaakt, weten we wat er gebeurt als journalisten zwijgen of desinformatie verspreiden. Het zijn geen angstbeelden, het is echt”.

Hoe kunnen de media nog verantwoord hun werk doen, bij zoveel “ruis op alle lijnen”? Op 28 maart werd in Hilversum door de Nederlandse Journalisten Vereniging een omroepdebat gehouden, onder de veelzeggende titel: “De waarheid bestaat niet”. Ik las ergens een uitspraak: “Zijn wij (journalisten) alleen nog veilig als feitencheckers? Als gijzelaars van politici die de waarheid verdraaien voor macht en eigen gewin, terwijl ze journalisten uitmaken voor leugenaars? ”

Hoe kunnen wij als eenvoudige burgers dan nog onze weg vinden naar betrouwbare beelden van de werkelijkheid?  “Een pannenkoek, hoe dun ook, heeft altijd twee kanten”, zegt men dan. De Turken zeggen: “Eén hand is niets, twee handen zijn muziek”. Het is absoluut heel belangrijk, om altijd serieus te kijken naar de andere kant. Bijvoorbeeld in onze beeldvorming over de Wilders stemmers. Maar als ik bij bakkerij Knol in Groningen vraag om een Groninger koek, is het antwoord: “Gember, sukade en krenten: dóór en dóór, of alleen aan de buitenkant?” Wat ik wil zeggen is, dat de beide kanten van een zaak niet gelijkwaardig hoeven te zijn.

Op de tentoonstelling in Schiedam is ook bewegende kunst te zien. Een bordje erbij waarschuwt de bezoeker voor hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid. Een psycholoog vertelt naar aanleiding van de tentoonstelling: “Je krijgt last van bewegingsziekte, wanneer er verschil is tussen wat je voelt en wat je ziet”. Inderdaad. Als student voer ik ooit een paar maanden als lichtmatroos op een kleine coaster. De vrouw van de kapitein voer mee als kok. Boven de dampende pannen in de keuken, werd ze vaak zeeziek. Dan klom ze naar boven naar de stuurhut en nam voor een kwartiertje even het roer van ons over. Dan keek ze vooral naar de horizont, de vaste lijn achter de onstuimige golven. Dan verdween de zeeziekte en liep ze het trapje weer af naar de kombuis.

Overzicht zoeken en afstand nemen, met een vast punt op de horizont. Bij beeldvorming is dat onontbeerlijk en heilzaam.

Zuidhorn, 17-4-2017