Opstand in de Rif

21-08-2017 22:57:54 | Door Trof, Kasper

Column 7 – 2017, Tsjalling Buwalda

Al bijna een jaar verschijnen er regelmatig berichten en reportages in de krant over de opstand in de Rif in Marokko. Wat is hier aan de hand? Heeft Nederland er iets mee te maken?

De dag is lang en heet geweest. Maar de zon is onder gegaan en het is koel geworden. Ik loop Al-Hoceima nog even in voor een terrasje. Al-Hoceima ligt in het Rifgebergte in Marokko. Het is een havenstad aan de Middellandse Zee en ook de hoofdstad van de provincie Al-Hoceima. Vandaag heb ik met studenten een bezoek gebracht aan een boomkwekerij in de omgeving. De directeur heeft ons van alles verteld over droogtebestendige boomsoorten en heeft ons de praktijk laten zien van hellingen, waar de boompjes met wisselend succes zijn uitgeplant. Het is een interessante en vermoeiende dag geweest.

De inwoners van de stad zijn kennelijk massaal op hetzelfde idee gekomen, zie ik. Op het pleintje aan het begin van de Avenue Tariq Ibn Ziyad zijn alle tafeltjes bezet. Alleen in de hoek zie ik nog een tafeltje met slechts één persoon. Wellicht mag ik daar wel bij komen zitten. Marokkanen zijn gastvrij en een gesprek hier is altijd interessant. Dan zie ik dat het de directeur is van de boomkwekerij. Ik aarzel. Hij is al de hele dag met ons opgetrokken. Hij is vast blij dat hij ons even kwijt is. Maar hij herkent me en schuift direct een stoel naar achteren. “Wat een verrassing, komt u toch zitten”. Ik ben hartelijk welkom. Hij zit altijd alleen, als hij ’s avonds een terrasje wil pikken in Al Hoceima. Mensen mijden hem hier. Ze moeten hem niet. Men ziet hem als een afgezant van Rabat, van de Centrale Regering. En de Centrale Overheid brengt hier alleen maar ellende: belasting, regels, Arabisch onderwijs dat onverstaanbaar is voor de Amazight sprekende kinderen, hard optredende politie. Waar de mensen naar smachten: goede wegen, telefoonleidingen, water en elektriciteit ook buiten de stadjes, daar laat Rabat het helemaal afweten. Het verschil met de rijkdom in de Atlantische kuststeden, zoals Rabat, Kenitra en Casablanca is groot. De afstand en achterstelling voelt men hier dagelijks.

We zijn op excursie in de Rif, een bergketen in Noord-Marokko, ergens in de tachtiger jaren van de vorige eeuw. De Rif is een agrarisch gebied. Teveel mensen moeten proberen om rond te komen van wat te weinig grond oplevert aan graan en melk en vlees van geiten. Ook steile hellingen worden intensief gebruikt. Ik vraag me vaak af, hoe het mogelijk is dat een boer op zo’n steile helling zich staande kan houden en daar ook nog kan ploegen en oogsten. Door het intensieve gebruik brengt de grond steeds minder op en wordt de grond steeds minder vastgehouden door de spaarzame vegetatie. Het gevolg is dat de grond wegspoelt bij de af en toe zware plensbuien, vooral in de winter. De Rif lijdt onder een enorme bodemerosie. Eén van de maatregelen die men kan nemen om erosie te bestrijden is proberen om de grond vast te houden door boompjes te planten. Maar dat soort projecten lijken druppeltjes op een gloeiende plaat.

Van 1912-1956 was Marokko een protectoraat. Het grootste deel kwam onder Frankrijk. Het Noorden, de Rif, kwam onder Spaans bestuur. Frankrijk bracht grote delen in kaart, Spanje niet. Frankrijk zorgde voor een kadaster van de belangrijkste landbouwgebieden, Spanje niet. De gevolgen zijn nog altijd merkbaar. In de eerste plaats ontstaat bij een bebossingsproject altijd ruzie over het grondbezit. En als men dan toch eindelijk een stuk helling beplant, vreten geiten de jonge boompjes weer weg. De schuldige eigenaar van de geiten blijft onzichtbaar. Hij neemt het risico van ontdekken zonder meer. Het alternatief is immers: geen vreten voor de geiten? Ook heeft Spanje niet kunnen zorgen voor een soort bestuurlijke infrastructuur. Alleen tijdens de burgeroorlog van 1920-1926, wist Mohammed Abdelkrim El Khatabi een groot deel van de Riffijnen te verenigen tot een gezamenlijke opstand tegen de Spanjaarden. Maar na het harde neerslaan daarvan met hulp van de Fransen, viel de bevolking weer uiteen in de talrijke “stammen” , die vaak niet veel meer dan enkele dorpjes beslaan.

De bevolkingsgroei maakt de bestaansbasis van de bewoners van de Rif steeds nijpender. Daarom verrichten de mannen al zeker een eeuw seizoenarbeid in de landbouw elders in Marokko. Gastarbeid in omringende landen vindt al heel lang plaats. Op dit moment wonen en werken veel Marokkanen in Frankrijk en andere Europese landen. Ze sturen geld over naar hun familie in Marokko. Die overmakingen uit het buitenland is één van de drie belangrijke deviezenbronnen van Marokko, naast toerisme en de export van fosfaat. En dan is er de verbouw van “kif” in de Rif. Marokko is de grootste exporteur ter wereld van hasj. De verbouw wordt gedoogd, maar de handel is nog altijd illegaal. Dat werkt corruptie en criminaliteit sterk in de hand.

De aanleiding van de onlusten en demonstraties van het laatste jaar vormt de dood van een vishandelaar in oktober 2016. Het is verboden om in de maanden oktober en november op zwaardvis te vissen in de Middellandse Zee. Mohsin Fikri had 500 kg gekocht van een visser, maar zijn vracht werd in beslag genomen en onder luid protest, ook van de omstanders, overgeladen in een vuilniswagen. Toen het mechanisme van de vuilniswagen in werking werd gesteld bevond de vishandelaar zich nog in de wagen en vond de dood.  Sindsdien zijn er op gezette tijden protestdemonstraties. Waarop de politie weer reageert met arrestaties. Protestdemonstraties zijn verboden. Arrestanten worden afgevoerd naar Casablanca en gevangen gezet. En na verloop van tijd ook weer vrijgelaten, behalve degenen die als initiatiefnemer en leidinggevende worden gezien.

De vader van de huidige koning, Hassan II, regeerde van 1961-1999. Zijn regeerperiode wordt “de jaren van lood” genoemd, de jaren, waarin elk verzet tegen de regering met harde hand werd gesmoord. De rapporten van Amnesty International uit die jaren liegen er niet om. Mohammed VI voert een wat soepeler bewind dan zijn vader, maar aan het optreden van de politie in de Rif is dat nog weinig te merken.

De meeste Marokkaanse gastarbeiders, die vanaf 1960 naar Nederland kwamen, waren vooral afkomstig uit de Rif, uit de provincies Nador en Al-Hoceima. Vandaag hebben Nederlanders met Marokkaanse wortels (2-e en 3-e generatie inmiddels) nog altijd sterke banden met de Rif. Veel families gaan er ieder jaar nog met vakantie. Ze leven intens mee met de situatie in de Rif nu. Maar ze zijn ook bang voor de repressie vanuit Rabat. Sommigen slaan dit jaar maar even over om naar hun familie te gaan. Anderen durven niet openlijk hun solidariteit te tonen met hun landgenoten, uit angst voor arrestatie en alle ellende die daaruit kan voortvloeien. Bij de ouderen zit de “lange arm van Hassan II” nog scherp in het geheugen.

Mohammed Benzakour, een Nederlander met Marokkaanse wortels , schreef onlangs in de NRC een prachtige “Brief aan mijn moeder”. Ik citeer daaruit:

“..…Vanaf het eerste ochtendlicht was u gebogen over de aarde. U wroette in de aarde, kuste de aarde, en was dankbaar voor het schamele wat de aarde u schonk. Eerst in Marokko, toen in Algerije, ten slotte in Nederland, Zwijndrecht. Het is deze aarde waaruit u kwam en die zich straks opent en u in zich laat zakken.
Telkens als ik naast u zit, . . .besef ik weer hoe wij allen over de rand zijn getuimeld in de heksenketel van het snelle leven van geld en genot….”

Marokkanen in de Rif. Moeten ze kiezen: Blijven en protesteren of “Over de rand” in Nederland?

Ik denk dat we meer kunnen winnen met contacten op verschillende niveaus: op dat van de beide vorstenhuizen, van enkele ministeries en van enkele onderwijsinstellingen en scholen.

Zuidhorn, 18-8-17