Fred van der Spek

02-08-2018 17:43:58 | Door Trof, Kasper

Column 3 – 2018 Tsjalling Buwalda

Naar aanleiding van zijn overlijden, een vraag over zijn onbuigzaamheid.
Hij was antimilitarist, antimonarchist en tegen meedoen met de fusie tot GroenLinks.

Eind november vorig jaar overleed Fred van der Spek op 93-jarige leeftijd. Van der Spek was “in de jaren zeventig en tachtig hèt gezicht van het principiële, onbuigzame antimilitarisme, socialisme en republicanisme”.

Principieel en onbuigzaam.

Moet je dat zijn in de politiek?

In 1966 kwamen we terug uit Afrika. In die tijd was het gebrek aan bevoegde leraren net zo groot als nu. Nog in Afrika kreeg ik de ene benoeming na de andere. Ik koos voor een baan in Utrecht, omdat die school een huis aanbood. Er zat ook een kleinere baan aan vast in Baarn.

Die kleinere baan bleken de uren aardrijkskunde te zijn aan het Incrementum, een dependance van het Baarnsch Lyceum. Het Incrementum was in 1952 opgezet als Middelbare school voor de prinsessen en was gehuisvest in een villa, vlak bij het station. Een prachtig klassiek oud huis. Er was niet veel aan veranderd, maar dat hoefde ook niet. De klassen waren klein en pasten gemakkelijk in een vroegere zitkamer of slaapkamer. In 1967 werd het opgeheven.

Scholen hadden in die tijd nog geen kantine. In de pauze konden wij als docenten koffiedrinken in de keuken. Maar meestal ging ik dan even naar buiten, wat wandelen in de oude tuin, met hoge bomen. Ik was er maar twee dagen per week en had niet veel contact met de andere docenten. Je hoorde wel de verhalen, over de prinsessen en over Koningin Juliana die soms even langs kwam fietsen om te horen hoe het met haar dochters ging op school.

Begin december hadden we de eerste lerarenvergadering, voor het kerstrapport. Voor het eerst zag ik alle docenten. We zaten in een grote kring in de voormalige woonkamer + aansluitende serre. Schuin tegenover me zat een opvallend hoofd op een stevig lichaam, de leraar wis - en natuurkunde. Het viel me op dat onze rectrix hem met nog meer respect aansprak dan de andere docenten.

Het was mijn eerste ontmoeting met Fred van der Spek, die toen drie jaar lid was van de Eerste Kamer voor de PSP (Pacifistische Socialistische Partij). In 1967 kwam hij in de Tweede Kamer. Hij viel onder meer op door zijn verzet tegen het optreden van de Amerikanen in Vietnam: fel, rechtlijnig, onbuigzaam. Dat bleek ook in 1985, toen niet hij, maar Andrée van Es gekozen werd tot lijsttrekker van de PSP. Andrée van Es was in 1990 wèl bereid om mee te doen met het samengaan van de PPR, de CPN, de EVP en de PSP in de nieuwe fusiepartij GroenLinks. Van der Spek was dat niet. Hij had in 1985 na zijn nederlaag, de Kamer al verlaten.

Fred van der Spek werd in 1923 geboren en heeft dus de oorlog bewust meegemaakt. In het kader van de “Arbeitseinsatz” moest hij dwangarbeid verrichten in Duitsland. Tijdens de oorlog steunde hij de bombardementen op Duitsland en ook de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.

Maar na de oorlog begon hij daar al spoedig anders over te denken. Hij was één der oprichters van de Pacifistisch Socialistische Partij in 1957. Voor de PSP heeft hij zowel in de Eerste als in de Tweede Kamer gezeten.

Vanuit de tweede Wereldoorlog militaristisch denken, dat ligt voor de hand. Immers, omdat we ons militair slecht hadden voorbereid, rolde Duitsland in 1940 in no time over ons heen. En in 1944/45 werden we bevrijd, dank zij de ongekend massale militaire organisatie en operatie van de geallieerden. De bewondering en de dankbaarheid daarvoor zaten er ook bij mij diep in geramd.

De terugkeer van Prins Bernhard en later van Wilhelmina en Juliana met haar dochters maakten diepe indruk. Het V-teken van Churchills ‘ Victory’ was symbool voor heel veel V’s: Natuurlijk, eerst kwam de onderbuik: Er was weer te Vreten, het was weer Veilig, de Vrede was eindelijk gekomen. Maar die gingen gepaard met de “hogere” nationale gevoelens, in “Volk, Vorstenhuis en Vaderland”.

Terug naar van der Spek’s antimilitarisme en zijn onbuigzaamheid daarin. Na 1945 gingen de oorlogen gewoon door. Tot vandaag toe. Het menselijk leed als gevolg van oorlog, dat generaties doorwerkt, blijft toenemen. Zie Syrië, zie Yemen. Gevolgen daarvan in de vorm van grote stromen vluchtelingen drukken we weg uit ons gezichtsveld. Verwoestingen als gevolg van oorlog, door de technische ontwikkelingen in de wapenindustrie, zijn immens. Eén westers land, veruit de grootste wapenproducent ter wereld, doet een moreel appèl op andere NATO-landen tot grotere militaire investeringen. Haastig gaan die andere NATO-landen proberen om aan die oproep gehoor te geven. Bewapening, daar is geen kruid tegen gewassen, lijkt het. Bewapening, daar is geen politiek tegen te voeren lijkt het. Zelfs het felle verzet tegen het ongebreidelde wapenbezit, na al die vreselijke schietpartijen op scholen in de VS, lijkt te verdampen in het vuur van de publieke opinie en de National Rifle Association. Is het in dat licht niet te begrijpen, dat je dan niet kiest voor de politieke weg om je overtuiging bij anderen ingang te doen vinden? Samengaan met andere politieke partijen betekent immers altijd inleveren van de scherpte van je boodschap? Die overigens ook fel socialistisch was.

Dan blijft nog over zijn anti-monarchie overtuiging. Op het dunne scheidingswandje tussen oorlog enerzijds en nationalisme en koningshuis anderzijds hintte ik hiervoor al. Maar de andere argumenten tegen een koningshuis, zoals de onmenselijke opgave, het ondemocratische- en het pseudo-religieuze aspect, zullen ongetwijfeld ook een rol hebben gespeeld.

Merkwaardig dat één van zijn taken nou juist was om les te geven aan de prinsessen. Een taak die hij overigens zonder meer vervulde. Hij heeft nog jarenlang bijles gegeven aan Prinses Christina. Misschien heeft dit deel van zijn werk zijn anti-monarchie visie juist nog wel versterkt.

Zuidhorn, 31-7-2018