Integratie in ons Dorp

01-10-2018 23:12:10 | Door Trof, Kasper

Column 5 – 2018 Tsjalling Buwalda

Naar aanleiding van een bericht in het DvhN, over een Groningse arts. (In het Dagblad staat de naam voluit. Ter wille van de privacy duid ik hem en zijn familie maar aan met “A“)

In het Dagblad van het Noorden van 19 september jongstleden zie ik een opmerkelijke kop: “Groningse arts A maakt kans op prijs”.  De naam komt me zeer bekend voor. Zou dat hèm zijn? De foto bij het artikel neemt elke twijfel weg. Ik lees verder: “De Groningse arts A is genomineerd voor de UAF-award, een prijs voor talentvolle nieuwkomers die opvallen door hun inzet, studie-en werk-prestaties…..”

Waarom is dit bericht een verrassing? In 2001 ging ik werken in het AZC in Grootegast. Als vrijwilliger juridische begeleiding van Vluchtelingenwerk. In april 2001 was de Nieuwe Vreemdelingenwet ingegaan, die gericht was op een snellere afhandeling van de asielaanvragen. Asielzoekers werden door Vluchtelingenwerk geholpen in de nieuwe procedure en het verzamelen en invullen van de papieren.

Onderin een kast in onze werkruimte stonden 17 dikke blauwe ordners. Of ik daar eens naar wilde kijken. Het bleken de dossiers te zijn van asielzoekers die nog onder de oude vreemdelingenwet vielen en die al lang in Nederland woonden, ergens in een dorp in het Westerkwartier. Aan die “oude gevallen” werd niets gedaan. In eerste instantie was hun asielverzoek afgewezen en daartegen waren ze in beroep gegaan. Dat was in die tijd zo’n beetje standaard, omdat die afwijzingen vaak geen zorgvuldige basis hadden. De IND wees af en de asielzoeker moest maar bewijzen, dat die beslissing van de IND fout was. Daarna was het: niets mogen doen dan afwachten in onzekerheid.

Eindelijk, in 2004, begon Minister Verdonk voortvarend de oude verzoeken van deze groep asielzoekers, die soms al 7 jaar of nog langer in Nederland woonden, in behandeling te nemen. Ze kregen een oproep voor het Vertrekcentrum in Ter Apel en werden in de meeste gevallen uitgewezen. Ik ging aan het werk met de vijf dossiers die betrekking hadden op vijf adressen binnen de gemeente Zuidhorn: drie gezinnen, één ouder echtpaar en een alleenstaande man. Eén van die gezinnen was het gezin van de ouders van dokter A. Vader en moeder, twee zonen en twee dochters. Ze waren in 1997 in Nederland gekomen.

Twee hoogopgeleide ouders. Ze waren dankbaar, dat ze met respect voorlopig werden opgevangen in Nederland. Maar vooral het niets mogen doen, niet aan het werk mogen gaan, dat was een straf, die diep ingreep in het denken over eigen afhankelijkheid en toekomst, en in de sfeer in huis. Toen in 2004 Rita Verdonk kwam, werd bij de ouders de onzekerheid en de zorg voor de toekomst van de kinderen extra zwaar. De kinderen helpen bij hun huiswerk, vooral bij de B-vakken zoals wiskunde, was misschien het enige waarbij ze zich nog een beetje nuttig konden voelen.

Vijftien juni 2007 was de datum, die ze nooit meer zullen vergeten. De datum waarop het Generaal Pardon inging. Voor de ouders waren toen tien jaar verloren gegaan. Maar de kinderen mochten, zo lang ze nog de leerplichtige leeftijd hadden al die tijd wel naar school. Dat was een groot geluk, zowel voor de kinderen als voor de ouders. Bij de ouders zag je langzaam het accent in hun idealen verschuiven van de eigen toekomst naar die van de kinderen.

De oudste zoon was bij zijn komst in Nederland 9 jaar. Als oudste heeft hij het meest in de zorgen van zijn ouders meegeleefd. In vergelijking met zijn broer en zusjes had hij de grootste achterstand ten aanzien van het leren van die moeilijke Nederlandse taal. Hij was het meest aangewezen op zichzelf in het uitzoeken van de mogelijkheden in Nederland, in het bepalen, wat hij het liefste zou willen worden en in het vinden van de weg daarheen. Dat alles in het besef, dat ze ieder moment konden worden uitgezet. Dat hij nu arts is en nog steeds bezig is met het werken aan zijn doel in het UMCG: chirurg worden. We kunnen daar alleen maar de grootste bewondering voor hebben. Voor hemzelf, een lange weg gegaan vanaf basisschool, vmbo tot aan het artsendiploma. En voor de ouders, die hem alle steun daarbij hebben gegeven die ze maar konden.

Het is nu 2018, 21 jaar na de aankomst van de familie in Nederland, 11 jaar na het Generaal Pardon. Het is nu 2018, het jaar waarin de dreigende uitzetting van de kinderen Howick en Lili naar Armenië grote beroering teweeg bracht in heel Nederland.  Is er dan niets veranderd in die enorme barrière, die Nederland zelf opwerpt tegen de integratie van vluchtelingen in onze samenleving? Plichtmatig zingt de voltallige Kamer weer het liedje van de verkorting van de procedure. Zoals de Kamer dat steeds doet in individuele gevallen als deze van Howick en Lili. Het bekende liedje dat in zijn plichtmatigheid ergernis wekt.

In de asielprocedure zijn in de loop der jaren wel enkele verbeteringen aangebracht. Maar ik heb de argumenten vóór een verbod op arbeid bijvoorbeeld nooit begrepen. De vader en moeder van dokter A waren hoogopgeleide mensen. In vakgebieden, waarin de vraag naar arbeidskrachten groot is. Waarom dwingt Nederland deze mensen om thuis te zitten? Waarom mogen ze hun vakgebied niet bijhouden? Waarom mogen ze niet alvast beginnen om hun kennis en vaardigheden aan te passen aan de Nederlandse eisen, die altijd weinig of veel afwijken van die in hun land van herkomst? Waarom moeten ze daarmee wachten tot hun verblijfsvergunning, waardoor kostbare jaren verloren gaan, voor henzelf en voor de Nederlandse economie? En als uiteindelijk een afwijzing zou komen op het asielverzoek, dan blijft die ervaring toch zinvol? Waarom wordt het mensenrecht: “Iedereen heeft recht op arbeid” hier niet gehonoreerd? Waarom kan dat zo openlijk in Nederland, dat voor andere mensenrechten andere landen graag de les leest?

Gelukkig probeert onze regering wel het mensenrecht op onderwijs voor iedereen te waarborgen. Het UAF ( Utrechts Asielfonds, voorheen Universitair Asielfonds) is een stichting die asielzoekers financieel ondersteunt die een MBO-, HBO-, of universitaire opleiding volgen. Het UAF probeert de studenten ook aan te moedigen, bijvoorbeeld met de jaarlijkse UAF-award. Dr A is één van de vijf genomineerden voor het jaar 2018. Op 6 oktober wordt de prijs uitgereikt.

Stiekem hoop ik, dat dat aan dr A zal zijn.

Zuidhorn, 26-9-2018