Stef Blok

01-10-2018 23:32:02 | Door Trof, Kasper

Column 6 – 2018  Tsjalling Buwalda

Naar aanleiding van één van de bekende uitspraken van minister Blok onlangs, over een kennelijk menselijke eigenschap.

Winter, een jaar of acht, negen geleden. Ergens in Noord-Finland bereidt een groepje langlaufers zich voor op een spectaculaire trektocht, door een leeg, met sneeuw bedekt gebied in Fins Karelië bij af en toe barre temperaturen. We zullen voor het grootste deel de grens volgen tussen Rusland en Finland zoals die in de Tweede Wereldoorlog getrokken is. Rusland bewaakt die nieuwe grens fanatiek. Dat heeft onder andere te maken met de betekenis van dit gebied voor de Russische marine. Moermansk is een ijsvrije haven, dank zij de Noordatlantische Drift (warme golfstroom).

We zitten voor het eerst bij elkaar, in een kring op houten banken. Om de beurt stellen we ons aan de anderen voor. Een stoere man met scherpe neus is het laatst. Uit de samengeknepen lippen perst hij: “ Ik ben Stef Blok”. Hij zegt het zacht, alsof hij wil voorkómen, dat de anderen hem zullen verstaan. Maar ja, daarmee roep je juist vragen op, natuurlijk. “Wat doe je?” “Wat is je beroep?” En dan komt er weer zo’n afgemeten, afgebeten antwoord, dat ook weer om een toelichting vraagt: “Politicus”.

Och, laat maar even. We zijn allemaal vreemden voor elkaar in een vreemd land. En we zijn eigenlijk veel meer benieuwd naar de Langlaufvaardigheden en het uithoudingsvermogen van onze tochtgenoten. En of ze een beetje sociaal zijn. En dat kunnen we natuurlijk niet vragen, dat zien we vanzelf wel. De voornamen, die weten we nu en dat is mooi. Handig voor het aanknopen van een gesprekje onderweg.

Na die sneeuwtrektocht zagen we Stef Blok in Nederland vaker in de schijnwerpers. Als fractievoorzitter in de Kamer. En inmiddels als Minister van Buitenlandse Zaken.  Eind vorige maand moest hij zich verantwoorden in de Tweede Kamer voor een aantal uitspraken. Hij had die gedaan in een bijeenkomst van Nederlandse regeringsvertegenwoordigers in allerlei internationale organen. Uitspraken over Suriname, over multiculturele samenlevingen en over menselijke eigenschappen. Over die laatste uitspraak wil ik het hier even hebben.

Die uitspraak luidde: "Waarschijnlijk zit ergens diep in onze genen dat we een overzichtelijke groep willen hebben om mee te jagen of om een dorpje te onderhouden. En dat we niet goed in staat zijn om een binding aan te gaan met ons onbekende mensen."

Die uitspraak bracht veel rumoer te weeg. In een ingezonden brief klaagt een lezer van de NRC dat hij na alle politieke reacties graag de mening zou horen van deskundigen over de evolutie van het menselijk gedrag. Welnu, hij werd al de volgende dag op zijn wenken bediend. De microbioloog Rosanne Herzberger schreef in een helder wetenschappelijk betoog onder meer:  “Het is één van de belangrijkste misvattingen over de menselijke evolutie: de veronderstelling dat de evolutie van ons lichaam en brein op een of andere manier 10.000 jaar geleden ten tijde van de landbouwevolutie is opgehouden en we eigenlijk mentaal en fysiek niet zoveel verschillen van onze voorouders”.  Kortom, vanuit de microbiologie klopt de veronderstelling van de minister in het geheel niet.

Vanuit de gedragswetenschappen, zoals de culturele anthropologie, kun je hetzelfde zeggen. Bij een Bantoevolk in zuidelijk Afrika wordt een vreemdeling altijd gastvrij ontvangen. Maar men wil wel weten of de vreemdeling goede of slechte bedoelingen heeft. Het zou immers een verspieder kunnen zijn, die wil kijken, hoe en waar het vee ’s nachts wordt ondergebracht. Met de bedoeling om het vee te roven op het geschiktste moment en op de geschiktste manier.

Om de bedoelingen van de vreemdeling te weten te komen, wordt hij op een subtiele manier uitgetest. Want een goede vreemdeling mag niet afgeschrikt worden. Een vreemdeling heeft waarde. Hij brengt altijd nieuwe kennis, ervaringen en potentiële relaties mee, waar het ontvangende volk zijn voordeel mee kan doen. Kortom, het is onzin, wat Stef Blok zei .

Maar daarmee is de kous niet af. De hele kwestie laat een onbehagelijk gevoel bij mij achter. Daarom nog een paar vragen/opmerkingen, als u het goed vindt. Iemand ( i.c. Stef Blok) heeft een mening en spreekt die uit. Hij krijgt reacties van mensen, die het daarmee niet eens zijn. Daarop kan die iemand zijn mening herzien of niet. Klaar toch? Nou nee. Want die mening ligt namelijk dicht bij het gedachtengoed van de Nazi’s. En voor het fascisme zijn we in Nederland doodsbang. Terecht. Politici reageren dus alsof ze door een wesp gestoken zijn. Roepen de minister ter verantwoording en vallen hem fel aan. Dat moet toch?

Inderdaad. Maar die meningen van de minister vallen niet uit de lucht. Ze zeggen een beetje verpakt, wat veel mensen in ons land voelen: angst voor vreemdelingen. Die angst is niet in de menselijke genen ingebakken, maar die ontstaat door slecht beleid. In twee opzichten. In de eerste plaats is er het niet op lange termijn plannen van de beschikbaarheid van de voorzieningen in ons steenrijke land. Een woning bijvoorbeeld is een eerste levensbehoefte. Tijdens de crisis kwam de woningbouw nagenoeg tot stilstand. En nu is er een schreeuwend gebrek aan woonruimte, vooral in de Randstad.

En intussen is het aantal arbeidsmigranten uit Oost-Europese landen in korte tijd opgelopen tot een kleine 400.000. (Daarbij valt het aantal asielzoekers geheel in het niet). Die 400.000 mensen zoeken ook woonruimte. Het zijn dus regelrechte concurrenten van de autochtone Nederlanders, die al lang op een wachtlijst staan. Is angst voor al die vreemdelingen ( vluchtelingen, arbeidsmigranten uit Oost-Europa, Turken, Marokkanen,.. het is toch allemaal één pot nat..) dan niet vanzelf sprekend?

En dan het tweede beleidsaspect, dat minstens zo belangrijk is: door het huidige beleid wordt de kloof in onze samenleving tussen de kansarmen en de kansrijken alsmaar groter.  Het gevecht om de schaarse woonruimte tussen “vreemdelingen” en autochtone Nederlanders vindt alleen plaats onder de mensen die afhankelijk zijn van de sociale woningbouw. Dat beleid leidt tot een groeiende aanhang van Wilders en Baudet. Een onverantwoord beleid. Een gevaarlijk beleid.

Maar dan is het toch juist goed, dat vrijwel alle politieke partijen in de Kamer minister Blok aanvielen over zijn uitspraken? Naar mijn idee ging het daar helemaal niet om, in de Kamer. Ik zag vooral fractievoorzitters, die een soort propagandaspeech hielden voor hun eigen partij. Ik kreeg daar een vieze smaak van in mijn mond. Mij bekroop de gedachte: “Zeur niet zo mensen, doe niet zo huichelachtig, bestrijd geen mening, maar doe eindelijk iets. Bestrijd die vreemdelingenhaat niet, maar de oorzaken daarvan. Pak die kloof in onze samenleving aan.

Ik zie Stef Blok zitten. Al zijn twitterende collega’s hebben hem in de steek gelaten. Hij zit daar eenzaam in het lege regeringsvak. Met samengeknepen lippen. Hij houdt zich in zijn antwoorden keurig op de vlakte. Een ijzige vlakte. Als een waardig vertegenwoordiger van dit visieloze kabinet.

Zuidhorn, 29 september 2018